Dario Princic

Hoewel de oranje wijn momenteel vrij  trendy is in bepaalde kringen, weten veel mensen nog steeds niet dat zoiets bestaat.  Het is nochtans geen nieuwe uitvinding, deze manier van wijn maken gaat terug tot  de oude Georgiërs en Armeniërs. Maar om volledig te kunnen beantwoorden op de vraag waarom deze stijl van wijnmaken zo in populariteit groeit, moeten we teruggaan naar de geschiedenis van Oslavia. Voor de Eerste Wereldoorlog maakte het land van Collio deel uit van het Oostenrijks-Hongaarse rijk, dat een voorliefde had voor witte wijnen. Toen Collio onderdeel werd van Italië, werden de mensen plotseling lid van een overwegend rode wijndrinkcultuur. Met als gevolg dat ze hun witte druiven, toen vooral Ribolla Gialla, behandelden als rode druiven, dus met maceratie op schil.

In de jaren 1960, met de internationalisering van de wijnindustrie, werden veel van de wijnstokken uitgerukt en vervangen door internationale druiven. Het resultaat was dat Ribolla Gialla bijna uitgestorven was. Een groep producenten zette zich in voor inheemse druiven en begon aan het begin van de jaren negentig met de school van Oslavia. Ze herontdekten Ribolla Gialla – en ook de traditionele technieken voor het maken van wijn – en brachten deze Orange Wine genoemd terug, tot grote ergernis van de oude garde Friulians.

 

Oranje wijn wordt gemaakt door het vergisten van witte druiven met hun schil. Dit proces kan slechts een paar uur duren of soms ook enkele maanden. Zoals bij rode druiven hebben ook witte druiven niet allemaal dezelfde kleur, dus sommige zoals Pinot Gris, waarvan de schil koper getint is, geven meestal een roze kleur.

Ondanks wat zijn naam laat vermoeden, gaat oranje wijn niet alleen over de kleur. De schil voegt tannines toe, waardoor wijnen textuur en anti-oxidanten krijgen.  De druivenschillen voegen ook extra aroma’s  en smaken toe.

Het oostelijke deel van Friuli en Slovenië  werden “hotspots” voor de met schil gefermenteerde witte wijnen. Josko Gravner en Stanislao Radikon waren samen met Dario Princic pioniers van deze beweging.

Princic werkte in de familie wijngaarden als kind, dus hij kent het land zeer goed. Hij bewerkt zijn 17 hectaren zonder het gebruik te maken van synthetische chemicaliën en dit al sinds 1988. Hoewel niet gecertificeerd beoefent hij organische en sommige aspecten van biodynamische wijnbouw en vinificatie. Alle oogsten gebeuren met de hand. Hij  gebruik enkel inheemse gist, zonder filtratie of  temperatuurregeling van zijn wijnen.

De wijnen van Princic lijken een beetje op de man zelf – robuust en aards, met veel punch en vol integriteit, gemaakt  om te drinken mar vooral  om van te genieten.

Filosofie:
• Respect voor hun “terroir” en het creëren van een nieuw bewustzijn en waardering voor de inheemse druivensoorten.
• Gezonde druiven betekent geen pesticiden, herbiciden of chemicaliën in de wijngaard.
• Gebruik alleen inheemse gist.
• Minimaal gebruik van sulfieten; Geen filtratie
• Uitgebreid contact met de huid tijdens fermentatie bij omgevingstemperatuur in open vaten voor kleur, tannines en mineralen.

Dario beschrijft zijn missie op deze manier: “Het was een herontdekking, omdat dit geen nieuwe manier is om wijn te maken, eerder een oude, gebruikmakend van de wijnbouwkundige en oenologische technieken van een eeuw geleden.” Alles is natuurlijk in de wijngaard en de kelder . Ze praten niet over “biodynamisch” en “organisch” – ze doen gewoon wat hun grootvaders deden.

Deze wijnen hebben tijd nodig; als je ze gaat dienen, open je de fles zes tot acht uur van tevoren. Je kunt ze gedurende een periode van zeven dagen proeven – ze zullen blijven veranderen, maar de natuurlijke oxidatie van de wijn zal ze levend en interessant houden. Bovendien verouderen deze wijnen erg goed.